Invoering van nieuwe technologieën

Wanneer de werkgever heeft besloten over te gaan tot een investering in een nieuwe technologie en wanneer die investering belangrijke collectieve gevolgen heeft voor de werkgelegenheid, de werkorganisatie of de arbeidsvoorwaarden, dan moet hij uiterlijk drie maanden vóór het begin van de inplanting van de nieuwe technologie, enerzijds geschreven informatie verschaffen en anderzijds met de werknemersvertegenwoordigers overleg plegen.

De geschreven informatie heeft betrekking op:

  • de aard van de nieuwe technologie,
  • de economische, financiële of technische factoren die de invoering ervan recht vaardigen,
  • de aard van de sociale gevolgen die ze met zich meebrengt,
  • de termijnen van inwerkingstelling van de nieuwe technologie.

Het overleg heeft betrekking op:

  • de vooruitzichten inzake de werkgelegenheid van het personeel, de werkgelegenheidsstructuur en de voorgenomen sociale maatregelen inzake werkgelegenheid,
  • de werkorganisatie en de arbeidsvoorwaarden,
  • de gezondheid en de veiligheid van de werknemers,
  • de vakbekwaamheid en de eventuele maatregelen voor opleiding en omscholing van de werknemers.

De informatie wordt, krachtens COA nr. 39, in principe aan de Ondernemingsraad verstrekt. Bij ontstentenis van dergelijk orgaan in de onderneming moet de informatie aan de vakbondsafvaardiging gegeven worden. Als er noch het ene noch het andere orgaan werd opgericht in de onderneming, dan zal het Comité de informatie moeten ontvangen.

Wat het overleg betreft, voorziet CAO nr. 39 dat het overleg wordt gevoerd, in voor- komend geval, in de Ondernemingsraad, in het Comité of met de vakbondsafvaardiging, in overeenstemming met de bevoegdheden die aan elk van deze organen werden toegekend. Als er geen Ondernemingsraad en geen vakbondsafvaardiging werd opgericht in de onderneming zal het Comité op twee niveaus tussenbeide komen: bij materies waar ze bij definitie bevoegd over is (welzijn, veiligheid) alsook bij andere aspecten die het onderwerp uitmaken van informatie en raadpleging naar aanleiding van de invoering van nieuwe technologieën in de onderneming (bv. wijziging van het organigram).