Informatie betreffende de werkgelegenheid in de onderneming

CAO nr. 9 bepaalt, onder andere, de bevoegdheden van de Ondernemingsraad inzake werkgelegenheid.

Voortaan moet in afwezigheid van een Ondernemingsraad en een vakbonds-afvaardiging, het Comité geïnformeerd en geraadpleegd worden over bepaalde aspecten aan- gaande het werkgelegenheidsbeleid in de onderneming.

Wat de informatie betreft, verduidelijkt de CAO dat deze in principe schriftelijk ver- strekt moet worden. Deze moet bovendien aangevuld worden door een mondelinge toelichting van het ondernemingshoofd of zijn afgevaardigde. De verstrekte inlichtingen moeten vervolgens het voorwerp uitmaken van een raadpleging; met andere woorden, de werkgever moet overgaan tot een gedachtewisseling met de werknemers- vertegenwoordigers waarin deze zich vrij kunnen uitdrukken, adviezen formuleren, suggesties geven, bezwaren of kritiek uiten, enz.

Bovendien verduidelijkt CAO nr. 9 dat, ten einde de continuïteit van de dialoog in de schoot van de onderneming te verzekeren, het ondernemingshoofd, hetzij onmiddellijk, hetzij tijdens de eerstkomende vergadering, het gevolg zal meedelen dat hij voornemens is te geven of heeft gegeven aan de adviezen, suggesties of bezwaren geformuleerd door de werknemersvertegenwoordigers.

Van hun kant moeten de werknemersvertegenwoordigers erop letten dat ze bij het doorgeven van de ontvangen informatie aan de werknemers zodanig handelen dat ze de belangen en de veiligheid van de onderneming niet schaden.

Welke informatie moet verstrekt worden door de werkgever? Deze informatie kan worden ingedeeld in 4 grote categorieën:

  1.  informatie betreffende de algemene vooruitzichten van de onderneming;
  2. jaarlijkse informatie,
  3. periodieke informatie;
  4. occasionele informatie.

De algemene vooruitzichten van de onderneming

Ter gelegenheid van de bespreking van de economisch en financiële informatie, die plaatsvindt op gezette tijden en minstens bij het sluiten van het maatschappelijk dienstjaar, zal het ondernemingshoofd of zijn afgevaardigde aanvullende inlichtingen verstrekken over de algemene vooruitzichten van de onderneming en hun weerslag op de tewerkstelling.

Deze inlichtingen zullen betrekking hebben op de markttoestand, de orderportefeuille en de ontwikkelings-, rationalisatie-, organisatie-, of reorganisatieprogramma’s.

De jaarlijkse informatie

Tezelfdertijd als de jaarlijkse informatie aangaande de economische en financiële situatie verstrekt het ondernemingshoofd of zijn afgevaardigde gegevens aan de werknemersvertegenwoordigers die moeten toelaten een duidelijk beeld te vormen van de structuur van de tewerkstelling in de onderneming op het einde van het dienstjaar, van haar evolutie tijdens het dienstjaar en van de vooruitzichten inzake tewerkstelling.

Dinformatie moet schriftelijk worden verstrekt, uiterlijk de dag vóór de vergadering;

  • er wordt een onderscheid gemaakt tussen 2 types van informatie. Bepaalde informatie moet automatisch verstrekt worden door de werkgever. Andere moet pas verstrekt worden op verzoek van de werknemersvertegenwoordigers als deze van oordeel zijn dat de informatie kenmerkend is voor de structuur of de activiteit van de onderneming.
  • de informatie over de structuur, de evolutie en de vooruitzichten aangaande de te- werkstelling in de onderneming handelt zowel over kwantitatieve als kwalitatieve aspecten.

Welke informatie moet meegedeeld worden ?

Structuur van de tewerkstelling op het einde van het dienstjaar

Deze inlichten geven aan welke de personeelsbezetting is op het einde van het dienstjaar of op een overeengekomen tijdstip en omvatten onderstaande elementen:

  • geslacht;
  • leeftijdsgroep;
  • beroepsklasse;
  • afdeling van de onderneming;
  • de vaste werknemers, alsook de werknemers tewerkgesteld, in uitvoering van de wettelijke en/of conventionele bepalingen betreffende de tijdelijke arbeid, de uit- zendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers.

De werknemersvertegenwoordigers kunnen, indien zij dit nodig achten, aanvullende informatie vragen aangaande

  • de onderverdeling tussen de personeelsbezetting met volledige werktijd, met b perkte werktijd of door andere ondernemingen ter beschikking gesteld van de werknemer;
  • nationaliteit;
  • anciënniteit (aantal dienstjaren in de onderneming).

Evolutie van de tewerkstelling tijdens het afgelopen dienstjaar

Deze inlichtingen verstrekken gegevens over de wijzigingen die zich tijdens het afgelopen dienstjaar hebben voorgedaan. Ze bevatten volgende elementen:

  • Het aantal personen dat in de onderneming tewerkgesteld was in uitvoering van de wettelijke en/of conventionele bepalingen over tijdelijke arbeid, uitzendar beid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers (rechtstreekse aanwerving door de werkgever, terbeschikkingstelling door een uitzendbureau of door de plaatsingsorganismen van de gemeenschappen, het uitzonderlijk ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers in de gevallen toegelaten door de wet en/of door een overeenkomst), de redenen waarom op tijdelijke of uitzendarbeid een beroep werd gedaan, de gemiddelde duur van deze tewerkstelling en de afdelingen van de onderneming waarvoor op deze tewerkstelling een beroep werd gedaan.
  • Aantal personen die de onderneming hebben verlaten:
  • vrijwillig vertrek;
  • onvrijwillig vertrek, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen de afdankin gen wegens economische en/of technische redenen, deze welke te wijten zijn aan andere redenen en de opruststellingen;
  • Aantal aangeworven personen, uitgesplitst volgens geslacht, leeftijdsgroep, beroepsklasse en afdeling. De inlichtingen moeten betrekking hebben op de aanwer ving volgens grote afdelingen en beroepsklassen.
  • Aantal personen die het voorwerp zijn geweest van een mutatie binnen de onder- neming. Het betreft mutaties die een permanent karakter hebben en geen tijdelijke overplaatsingen die te wijten zijn aan de gewone organisatie van het werk.

De werknemersafgevaardigden kunnen, indien zij dit nodig achten, aanvullende in- formatie vragen over:

  • de afwezigheidsdagen;
  • de dagen van gedeeltelijke werkloosheid;
  • de overuren.

Tewerkstellingsvooruitzichten

Het ondernemingshoofd of zijn afgevaardigde verstrekt gegevens die hij kan geven over de gang van zaken in de onderneming en over de factoren die een doorslaggevende invloed op de tewerkstelling zouden kunnen hebben, alsook over de gevolgen ervan op de interne en externe bewegingen van het personeel.

Deze inlichtingen betreffende de tewerkstellingsvooruitzichten voor het komende dienstjaar moeten gezien worden vanuit de context van de algemene vooruitzichten van de onderneming.

De inlichtingen worden schriftelijk vóór de vergadering meegedeeld.

Tijdens de vergadering die volgt op de schriftelijke mededeling moet de werkgever becijferde ramingen verstrekken omtrent de inkrimping of de uitbreiding van het tewerkstellingsvolume voor het geheel van de onderneming en haar afdelingen. Deze gegevens worden, zo mogelijk, onderverdeeld naar beroepsklasse.

Wanneer de vooruitzichten een vermindering van de personeelsbezetting laten vermoeden die aanleiding zal geven tot afdankingen, zet het ondernemingshoofd uiteen welke maatregelen zijn gepland om de wedertewerkstelling van de betrokken werk- nemers onder de beste voorwaarden te doen verlopen.

Indien de vooruitzichten gunstig zijn voor de uitbreiding van de personeelsbezetting geeft het ondernemingshoofd aan welke maatregelen de onderneming van plan is te treffen om mutaties en nieuwe aanwervingen mogelijk te maken.

Naar aanleiding van de verschillende jaarlijkse inlichtingen zal het ondernemingshoofd meedelen:

  • welke maatregelen hij heeft genomen of gepland om de tewerkstelling te bevorderen;
  • tot welke sociale maatregelen de bewegingen, die zich in de onderneming hebben voorgedaan of zijn voorzien, aanleiding hebben gegeven of zullen geven.

Periodieke informatie

Op het ogenblik dat de economische en financiële informatie wordt gegeven, verstrekt het ondernemingshoofd of zijn afgevaardigde schriftelijk gegevens over:

  • de stand van verwezenlijking van de jaarlijkse aangekondigde vooruitzichten;
  • de redenen waarom de doelstellingen die vastgesteld en de vooruitzichten die voorzien waren op het ogenblik dat de jaarlijkse inlichtingen werden verstrekt, niet konden worden verwezenlijkt;
  • de wijzigingen in de algemene vooruitzichten van de onderneming en de gevolgen voor de tewerkstelling die men kan voorzien voor het volgend kwartaal.

Deze periodieke inlichtingen, die minstens om de 3 maanden verstrekt moeten worden, moeten de werknemersvertegenwoordigers toelaten over de precieze gegevens te beschikken betreffende de stand en de evolutie van de tewerkstelling en onder meer de geplande afdankingen en aanwervingen.

Occasionele inlichtingen

Wanneer in afwijking van de vooruitzichten inzake tewerkstelling, waaromtrent jaarlijkse of trimestriële inlichtingen werden verstrekt, het ondernemingshoofd zich genoodzaakt ziet over te gaan tot collectieve afdankingen of aanwervingen om economische of om technische redenen, moet hij zo spoedig mogelijk de werknemersve tegenwoordigers op de hoogte brengen en met hen de raadplegingen starten.

De occasionele inlichtingen moeten verstrekt worden indien de vooruitzichten die meegedeeld werden tijdens deze gewone vergaderingen, niet te voorziene wijzigingen ondergaan, ingevolge economische of technische gebeurtenissen.

De veranderingen, vergeleken met de vooruitzichten moeten, rekening houdend met de aard van deze laatste, noodzakelijkerwijze een zeker belang en collectieve gevolgen voor de ondernemingen hebben.

De wijzigingen in de personeelsbezetting ingevolge seizoenschommelingen kunnen niet worden beschouwd als niet te voorziene wijzigingen in de zin van deze bepaling