Vergaderingen

De werkgever zorgt ervoor dat het Comité ten minste één maal per maand vergadert, evenals wanneer ten minste een derde van de werknemersvertegenwoordigers in het Comité erom verzoekt. De werkgever zorgt er tevens voor dat het Comité ten minste twee maal per jaar met een tussentijd van maximaal zes maanden vergadert over de zaken die betrekking hebben op het medisch toezicht, wanneer er een departement belast met het medisch toezicht is opgericht bij de Interne Dienst.

Het Comité vergadert op de zetel van de technische bedrijfseenheid.

Het secretariaat van het Comité wordt verzekerd door de Interne Dienst of door de desbetreffende afdeling van de Interne Dienst wanneer er meerdere Comités zijn opgericht en als gevolg daarvan de Interne Dienst uit afdelingen bestaat.

Naast de voorzitter, de vertegenwoordigers van de werknemers en werkgevers en de preventieadviseur van de Interne Dienst of afdeling nemen eveneens deel aan de vergaderingen van het Comité met raadgevende stem:

  • de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer, die deel uitmaakt van de Interne Dienst;
  • de preventieadviseur belast met de leiding van de Interne Dienst, wanneer de Dienst uit verschillende afdelingen bestaat telkens wanneer zijn aanwezigheid vereist is. Men kan bijvoorbeeld denken aan de situatie waarbij de preventieadviseur met de leiding van de Dienst geconfronteerd wordt met problemen die zich voor- doen in meerdere afdelingen van de Dienst;
  • de andere preventieadviseurs van de Interne Dienst dan deze bedoeld in 1. en 2. en de preventieadviseurs van de Externe Dienst, telkens wanneer er op de agenda een punt staat dat behoort tot hun bijzondere bevoegdheid en bij de bespreking van het globaal preventieplan, het jaarlijks actieplan en het medisch jaarverslag. Wanneer bijvoorbeeld het onderwerp “stress op het werk” op de agenda staat, zal de preventieadviseur psychosociale aspecten deelnemen aan de vergadering;
  • de afgevaardigden-werklieden bij het toezicht op de graverijen en de groeven, wat de groeven in open lucht en hun aanhorigheden betreft;
  • de vertrouwenspersonen telkens wanneer er op de agenda een punt staat dat betrekking heeft op de preventie van psychosociale risico’s op het werk.

De werknemersvertegenwoordigers in het Comité mogen zich, met instemming van de werkgever laten bijstaan door een deskundige van hun keuze.

Met het oog op de voorbereiding van de vergaderingen kunnen zij zich, met het stilzwijgend akkoord van de werkgever, laten bijstaan door een bestendige afgevaardigde van hun vakvereniging. Zij mogen steeds beroep doen op de met het toezicht belaste ambtenaar.

Regelgeving
  • Artikel 21, 23, 25 en 26 van het koninklijk besluit van 3 mei 1999 betreffende de opdrachten en de werking van de Comités voor Preventie en Bescherming op het Werk (B.S. 10 juli 1999)

De regelgeving is beschikbaar op de website van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg in de rubriek Welzijn op het werk > Regelgeving.