Voorafgaand advies

Het Comité brengt voorafgaand advies uit over:

Maatregelen inzake het beleid van de onderneming

Het betreft:

  • alle voorstellen, maatregelen en toe te passen middelen, die rechtstreeks of onrechtstreeks, meteen of na afloop van tijd gevolgen kunnen hebben voor het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk;
  • de planning en invoering van nieuwe technologieën, wat betreft de gevolgen voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers, verbonden aan de keuze inzake uitrusting, de arbeidsomstandigheden en de invloed op de omgevingsfactoren op het werk, met uitzondering van die gevolgen, waarop een collectieve arbeidsovereenkomst van toepassing is, die in gelijkaardige waarborgen voorziet;
  • adviezen betreffende het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, omtrent het globaal preventieplan en het jaarlijks actieplan opgesteld door de werkgever, de wijzigingen, de uitvoering en de resultaten ervan;
  • de elementen van de arbeidsorganisatie, de arbeidsinhoud, de arbeidsvoorwaarden, de arbeidsomstandigheden en de interpersoonlijke relaties op het werk die aanleiding kunnen geven tot psychosociale risico’s op het werk.

Preventiemaatregelen

Het betreft:

  • elke maatregel die overwogen wordt om de technieken en de arbeidsvoorwaarden aan de mens aan te passen en om de beroepsvermoeidheid te voorkomen;
  • de specifieke maatregelen voor de inrichting van de arbeidsplaats teneinde, in voorkomend geval, rekening te houden met de tewerkgestelde mindervalide werknemers;
  • de keuze, de aankoop, het onderhoud en het gebruik van arbeidsmiddelen en per soonlijke en collectieve beschermingsmiddelen.

De diensten waarop een beroep wordt gedaan

Het betreft:

  • de keuze of de vervanging van een Externe Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk, een Externe Dienst voor technische controles op de werkplaats en andere instellingen en deskundigen;
  • de keuze of de verandering van de diensten waarop een beroep wordt gedaan in toepassing van de arbeidsongevallenwetten.

De Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk

Het betreft:

  • de wijze van samenstelling van de Interne Dienst;
  • de technische en wetenschappelijke middelen, de lokalen en de financiële middelen, evenals het administratief personeel dat ter beschikking van de Interne Dienst wordt gesteld.

De werkgever moet een identificatiedocument, hetzij apart, hetzij als deel van het jaarverslag van de dienst, hetzij als bijlage bij de overeenkomst met de Externe Dienst ter beschikking houden van de met het toezicht belaste ambtenaar. Dit document heeft tot doel vast te stellen welke opdrachten door de Interne Dienst moeten worden verricht, welke vaardigheden er voor handen zijn en de samenstelling van de Interne Dienst. Ook de adviezen van het Comité worden hierin opgenomen.

Regelgeving
  • Artikel 8, 3° en 4° lid van het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende de Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk (B.S. 31 maart 1998)
  • Artikel 17, § 1 van het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende de Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk (B.S. 31 maart 1998)
  • Artikel 3 van het koninklijk besluit van 3 mei 1999 betreffende de opdrachten en de werking van de Comités voor Preventie en Bescherming op het Werk (B.S. 10 juli 1999)

De regelgeving is beschikbaar op de website van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg in de rubriek Welzijn op het werk > Regelgeving.