Maatschappelijke werken – Beslissing

De ondernemingsraad heeft tot taak al de maatschappelijke werken te beheren die door de onderneming worden ingesteld voor het welzijn van het personeel, tenzij deze worden overgelaten aan het zelfstandig beheer van de werknemers (Wet van 20 september 1948, artikel 15h)).  

Dit betekent niet dat de werkgever verplicht is om maatschappelijke werken in te stellen. Hun oprichting, financiering en stopzetting behoort tot de autonome bevoegdheid van de werkgever zelf, onafhankelijk van de bevoegdheid van de ondernemingsraad.  

Definitie 

Onder “maatschappelijke werken” dient men te verstaan, de voordelen die aan de volgende criteria beantwoorden:

  • van bestendige aard zijn;
  • in de onderneming toegekend zijn;
  • tot doel hebben bij te dragen tot het welzijn van de werknemers van de onderneming en/of  van hun gezinsleden;
  • niet voortvloeien uit een wettelijke of reglementaire beschikking;
  • niet bepaald zijn door de arbeidsovereenkomst.

Enkele voorbeelden van maatschappelijke werken: de fondsen en kassen van onderlinge hulp, de pensioenfondsen, de economaten, kantines en refters, de diensten voor leningen en premies toegestaan door de onderneming met het oog op het verwerven van een woongelegenheid, de ontspannings- en culturele activiteiten.

Dienen ook als maatschappelijke werken te worden beschouwd, de voordelen welke voortvloeien hetzij uit een collectieve ondernemingsovereenkomst, tenzij deze overeenkomst een andere wijze van beheer heeft voorzien, hetzij uit een collectieve sectorovereenkomst, die in het beheer door de ondernemingsraad uitdrukkelijk werd voorzien.

Wat de voordelen betreft, welke bepaald zijn door de arbeidsovereenkomst en een financiële tussenkomst van het personeel insluiten, heeft de ondernemingsraad tot taak de algemene regelen tot toekenning van bedoelde voordelen vast te stellen of te wijzigen en te zorgen voor een oordeelkundig gebruik van de aangelegde fondsen, overeenkomstig het doel dat met de toekenning van deze voordelen wordt nagestreefd.

Wanneer genoemde voordelen slechts aan één of verschillende categorieën van het personeel van de onderneming worden toegekend, zal deze taak gezamenlijk worden waargenomen door het ondernemingshoofd en/of zijn afgevaardigden en door de leden van de ondernemingsraad die de betrokken categorie(ën) van het personeel vertegenwoordigen.

De uitoefening van deze taak doet geen afbreuk aan de contractuele vrijheid van ieder van de betrokken werknemers.

Beheer van de maatschappelijke werken 

De ondernemingsraad beschikt over een bevoegdheid om de maatschappelijke werken te beheren en heeft hier dus een werkelijke beslissingsmacht.

Beheer van maatschappelijk werk door een VZW

Wanneer het beheer van een maatschappelijk werk of van contractuele voordelen die een financiële deelneming van het personeel omvatten, wordt toevertrouwd aan een vzw, zal een band worden gelegd tussen die vzw en de ondernemingsraad.  

De keuze voor dit statuut, die vaak om technische redenen verantwoord is, mag niet tot doel hebben het beheer van deze werken aan de ondernemingsraad te onttrekken. Daarnaast mag het beheer door een VZW niet de vermindering van de voordelen van dit werk voor de werknemers als gevolg hebben.  

Wanneer het beheer van een maatschappelijk werk wordt toevertrouwd aan een VZW voorziet CAO nr. 9 voorziet drie mogelijke structuren van maatschappelijk werk en te respecteren regels:   

  • Een maatschappelijk werk eigen aan één enkele onderneming ; 

Voor zover de ondernemingsraad er niet anders over beslist, zal de raad van bestuur van de VZW voor de helft samengesteld zijn uit personeelsvertegenwoordigers, aangewezen door de werknemersafvaardiging in de ondernemingsraad onder de begunstigden van het maatschappelijk werk (dus niet noodzakelijk de leden van de ondernemingsraad).    

  • Een nieuw maatschappelijk werk gemeenschappelijk aan diverse ondernemingen;

De oprichting van een VZW voor het beheer van een maatschappelijk werk dat gemeenschappelijk is aan meerdere ondernemingen en het ontwerp van de statuten van deze vereniging zullen ter goedkeuring aan de ondernemingsraden van de geassocieerde ondernemingen worden voorgelegd. De raad van bestuur van de VZW zal in principe paritair samengesteld zijn. Bij gebrek aan goedkeuring kan de vereniging niet worden opgericht.  

  • Een bestaand maatschappelijk werk gemeenschappelijk aan diverse ondernemingen

In het geval van een bestaand maatschappelijk werk dat gemeenschappelijk is aan meerdere ondernemingen, kan het inopportuun blijken om wijzigingen aan te brengen aan de vastgestelde werkingsregels. Evenwel, een wederzijdse voorlichting tussen de betrokken ondernemingsraden en de raad van bestuur van de VZW moet in elk geval worden gewaarborgd.  

Deze voorlichting bestaat uit regelmatige en omstandige rapporten over de werking van het maatschappelijk werk aan de ondernemingsraden van de betrokken ondernemingen. Op hun beurt zal de raad van bestuur van de VZW in kennis gesteld worden van de opmerkingen van de ondernemingsraden op deze rapporten.  

Het spreekt voor zich, dat de vertegenwoordiging van de werknemers in de raad van bestuur van de VZW niet tot gevolg mag hebben dat de bepalingen van de Wet van 27 juni 1921 over de VZW’s worden miskend.  

Autonoom beheer door de werknemers

Tenslotte is het ook mogelijk dat het beheer van de maatschappelijke werken door de werknemers verzekerd wordt. CAO nr. 9 spreekt zich niet verder uit over deze mogelijkheid.