Invoeren van nieuwe technologieën – Informatie en raadpleging

Als de werkgever heeft beslist een investering te doen in een nieuwe technologie en als die belangrijke collectieve gevolgen heeft voor wat de tewerkstelling, de arbeidsorganisatie of de arbeidsvoorwaarden betreft, moet hij uiterlijk drie maanden voor het begin van de invoering van de nieuwe technologie enerzijds, schriftelijke informatie verstrekken en anderzijds, overgaan tot een overleg met de werknemersvertegenwoordigers.  

De schriftelijke informatie betreft :

  • de aard van de nieuwe technologie;
  • de economische, financiële of technische factoren die de invoering ervan rechtvaardigen;
  • de aard van de sociale gevolgen die deze technologie met zich meebrengt;
  • de toepassingstermijnen van de nieuwe technologie.  

Overleg moeten worden georganiseerd als de nieuwe technologie belangrijke collectieve gevolgen heeft voor de werkorganisatie, de arbeidsvoorwaarden of de werkgelegenheid als gevolg van ontslag of mutatie.  

Er zijn « belangrijke » collectieve gevolgen wanneer 50 % en ten minste 10 werknemers van een bepaalde beroepscategorie betrokken zijn bij de invoering van de nieuwe technologie.  

Het overleg betreft :

  • de tewerkstellingsvooruitzichten van het personeel, de structuur van de tewerkstelling en de maatregelen van sociale aard die op het vlak van tewerkstelling gepland zijn;
  • de arbeidsorganisatie en de arbeidsvoorwaarden;
  • de gezondheid en de veiligheid van de werknemers;
  • de kwalificatie en de eventuele maatregelen inzake opleiding en bijscholing van de werknemers.  

De werkgever die de voorlichtings- en  overlegprocedure niet eerbiedigt mag geen handeling stellen die ertoe strekt de arbeidsovereenkomst eenzijdig te beëindigen, behalve om redenen die vreemd zijn aan de invoering van de betrokken nieuwe technologie.

De bewijslast van die redenen ligt bij de werkgever, tijdens de periode die ingaat de dag waarop de informatie had moeten worden verstrekt en eindigt 3 maanden nadat de nieuwe technologie effectief in werking is getreden. Buiten die periode dient de werknemer te bewijzen dat zijn ontslag het gevolg is van de invoering van de nieuwe technologie.  

Rol van de ondernemingsraad

  • de informatie wordt aan de ondernemingsraad verstrekt;
  • afhankelijk van het geval, vindt het overleg plaats in de ondernemingsraad, in het comité voor de preventie en de bescherming op het werk en met de vakbondsafvaardiging, overeenkomstig de opdrachten die elk van deze organen toegewezen kreeg.  

N.B. “afhankelijk van het geval” impliceert dat de drie organen niet noodzakelijk allemaal betrokken zijn. Wanneer het bijvoorbeeld gaat om vragen met betrekking tot  de gezondheid en de veiligheid van de werknemers, is het comité voor preventie en bescherming op het werk bevoegd.