Diefstalpreventie en uitgangscontroles – Informatie en raadpleging

Een werkgever die uitgangscontroles wil invoeren in de onderneming om diefstal te voorkomen af vast te stellen, moet de nodige maatregelen nemen zodat de controles gebeuren op een wijze verenigbaar met de basisnormen die het recht voor elk individu op de eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer waarborgen.  

Net zoals bij de andere materies aangaande de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer door het gebruik van nieuwe technologieën, is het essentieel om de principes van finaliteit, proportionaliteit en transparantie te respecteren.  

Finaliteitsprincipe

Uitgangscontroles zijn enkel toegelaten indien zij gericht zijn op het voorkomen of vaststellen van de ontvreemding van goederen in de onderneming of op de werkplaats.  

Proportionaliteitsprincipe

De uitgangscontroles dienen, uitgaande van het doel (diefstalpreventie of vaststellen van diefstal), toereikend, ter zake dienend en niet overmatig te zijn.  

Systematische uitgangscontroles zijn alleen mogelijk indien zij gebeuren door middel van elektronische en/of technische detectiesystemen.  

Uitgangscontroles uitgevoerd door personen (het moeten bewakingsagenten zijn) en ter voorkoming van diefstal moet steekproefsgewijs en voor alle betrokken werknemers zonder onderscheid (geen specifieke werknemers om discriminatie te vermijden) gebeuren. Als men daarentegen een diefstal wil vaststellen, en op voorwaarde dat er redelijke gronden zijn om de werknemer te verdenken, mag de controle een specifieke werknemer viseren.   

Daarenboven kan een uitgangscontrole door een bewakingsagent op basis van het feit dat er redelijke gronden zijn om te denken dat de werknemer goederen heeft ontvreemd enkel kan worden uitgevoerd indien de betrokken werknemer hiervoor zijn toestemming geeft en uit nazicht van de door de werknemer aan de bewakingsagent voorgelegde goederen.  

De toestemming van de werknemers betrokken bij steekproefsgewijze uitgangscontroles ter voorkoming van diefstal moet blijken uit het opnemen in het verslag van de ondernemingsraad of het verslag van het comité voor preventie en bescherming op het werk dat de informatieverplichting te goeder trouw werd nageleefd en dat daarover een gedachtewisseling heeft plaatsgehad.  

Transparantieprincipe

De werkgever moet, voorafgaandelijk en bij het opstarten van de controles aan de ondernemingsraad een gedetailleerde en doeltreffende informatie geven over het systeem dat hij van plan is in te voeren. Bij ontstentenis van een ondernemingsraad wordt deze informatie verschaft aan het comité voor preventie en bescherming op het werk, of, bij ontstentenis daarvan, aan de vakbondsafvaardiging, of, bij ontstentenis daarvan, aan de werknemers.  

De informatie heeft in ieder geval betrekking op :

  • de perimeter van de onderneming of van de werkplaats;
  • de diefstalrisico’s in de onderneming of op de werkplaats;
  • de maatregelen om die risico’s te voorkomen of te verhelpen; en
  • de controlemethodes.  

De ondernemingsraad of, bij ontstentenis daarvan, het comité voor preventie en bescherming op het werk moet bovendien regelmatig de gehanteerde controlemethodes evalueren en voorstellen doen met het oog op herziening in functie van de technologische ontwikkelingen.