Camerabewaking – Informatie en raadpleging

Het invoeren van camerabewaking op de arbeidsplaats kan slechts overwogen worden als het voldoet aan de gedefinieerde doelstellingen en onderworpen is aan de strikte voorwaarden die voldoen aan het finaliteitsprincipe, het proportionaliteitsprincipe en het principe van transparantie. Het betreft hier het verzekeren van het respect voor het privéleven van werknemers.  

Onder camerabewaking op de werkplaats dient te worden verstaan elk bewakingssysteem met één of meer camera’s dat ertoe strekt om bepaalde plaatsen of activiteiten op de arbeidsplaats te bewaken, vanuit een punt dat zich geografisch op een afstand van de plaatsen of activiteiten bevindt, met of zonder het oog op bewaring van de beeldgegevens die het inzamelt en overbrengt.   

Principe van transparantie 

Voorafgaandelijk en bij het opstarten van de camerabewaking moet de werkgever de ondernemingsraad over alle aspecten van de camerabewaking informatie verschaffen.  

Deze informatie heeft betrekking op minstens de volgende aspecten :  

  • het nagestreefde doeleinde ; 
  • het feit of de beeldgegevens al dan niet bewaard worden ; 
  • het aantal en de plaatsing van de camera(’s) ;
  • de betrokken periode of periodes gedurende dewelke de camera(’s) functioneert (functioneren).

Naast de voorafgaande informatie, moet de ondernemingsraad bovendien regelmatig de gehanteerde bewakingssystemen evalueren en voorstellen doen met het oog op herziening in functie van de technologische ontwikkelingen. Bij ontstentenis van een ondernemingsraad zal deze evaluatie gerealiseerd worden door het comité voor preventie en bescherming op het werk.  

Finaliteitsprincipe

Indien het doel de controle op het werk van de werknemer is, volstaat het niet dat de werkgever een algemene beschrijving van dit doel geeft. Hij moet een bepaalde reden hebben om de werknemers op deze manier te controleren, zo niet is de controle met camera’s in tegenspraak met de basiswet op de achting en het respect. De werkgever moet deze motivering aan de ondernemingsraad doorgeven.  

De camerabewaking op de werkplaats is slechts in vier gevallen toegestaan:

  • met het oog op de veiligheid en de gezondheid van de werknemers;
  • voor de bescherming van de goederen van de onderneming;
  • voor de controle van het productieproces. In het geval van controle van de werknemers, heeft deze uitsluitend de evaluatie en de verbetering van de arbeidsorganisatie tot doel;
  • de controle van het werk van de werknemer. Deze controle is uitsluitend toegestaan als zij dient voor het meten van het werk met het oog op het vaststellen van de bezoldiging of gevolgen heeft voor de rechten en plichten van het bewakingspersoneel. Het arbeidsreglement moet vooraf gewijzigd zijn en moet de mogelijkheid en de modaliteiten van de cameracontrole bepalen.

Proportionaliteitsprincipe

De camerabewaking dient toereikend, ter zake dienend en niet overmatig te zijn. Als de camerabewaking wel een inmenging in de persoonlijke levenssfeer van de werknemer tot gevolg heeft, moet de inmenging tot een minimum beperkt worden.  

Indien tijdens de besprekingen van de inlichtingen blijkt dat de geplande camerabewaking gevolgen kan hebben voor het privé-leven van één of meer werknemers, moet de ondernemingsraad de maatregelen onderzoeken die moeten worden genomen om de inbreuk op het privé-leven tot een minimum te herleiden. Bij ontstentenis van een ondernemingsraad, voert het comité voor de preventie en bescherming op het werk dit onderzoek uit. Bij ontstentenis van een comité, wordt het onderzoek uitgevoerd in gemeen overleg tussen de werkgever en de vakbondsafvaardiging.