Faillissement - Informatie en raadpleging

Een onderneming die op duurzame wijze heeft opgehouden te betalen en wiens krediet geschokt is, bevindt zich in staat van faillissement. De vereiste van het duurzaam karakter van het ophouden van betaling is specifiek voor de procedure van het faillissement.

Binnen de maand nadat een onderneming heeft opgehouden te betalen, moet hiervan aangifte gedaan worden (“aangifte van staking van betaling”) op de griffie van de Rechtbank van Koophandel (het zgn. neerleggen van de boeken). De faillissementsprocedure kan eveneens worden ingeleid via dagvaarding door een schuldeiser of door het openbaar ministerie of door de voorlopige bewindvoerder van de onderneming.

Uiterlijk op het moment van deze aangifte, moet de aangifte samen met de gegevens tot staving van de staat van faillissement aan de ondernemingsraad worden meegedeeld en besproken in de ondernemingsraad.

De faillietverklaring wordt uitgesproken door de Rechtbank van Koophandel. Vanaf het vonnis verliest de gefailleerde het beheer over zijn goederen. Er worden één of meer curatoren aangesteld. De curator moet zich als een goed huisvader aan zijn taak kwijten en onmiddellijk de nodige maatregelen treffen opdat geen enkel element uit het patrimonium zou verwijden. 

Op verzoek van curators of van iedere belanghebbende (dus ook de werknemers) kan de rechtbank beslissen om de activiteit van de gefailleerde voorlopig verder te zetten. De rechtbank kan hierover slechts beslissen na de vertegenwoordigers van het personeel in de ondernemingsraad te hebben gehoord.

Dadelijk na het faillissementsvonnis en in afwachting van de uitspraak van de Rechtbank van Koophandel kunnen de curators, na overleg met de representatieve vakbonden, toestaan dat de activiteit wordt voortgezet.

Deze informatie- en raadplegingsverplichtingen die voorzien zijn in het kader van de faillissementswet, doen geen afbreuk aan het recht van de ondernemingsraad op informatie en raadpleging betreffende economische en financiële informatie.