Uitzendarbeid - Informatie en raadpleging

De arbeidsovereenkomst voor uitzendkracht is een bijzondere overeenkomst met het oog op het uitvoeren van tijdelijk werk gesloten tussen een uitzendkracht en een  uitzendbureau, die optreedt als werkgever en tussenpersoon tussen de werknemer en de gebruiker.  

Een arbeidsovereenkomst voor uitzendkracht kan dus enkel gesloten worden voor de uitvoering van tijdelijke arbeid zoals strikt omschreven in de wet :  

Voor bepaalde van deze motieven, kan de arbeidsovereenkomst voor uitzendkracht maar gesloten worden voor een bepaalde duur. Daarenboven moet in bepaalde gevallen ook een procedure nageleefd worden voordat men beroep  kan doen op uitzendarbeid.

Rol van de ondernemingsraad

In het kader van de regelgeving betreffende uitzendarbeid komt de ondernemingsraad op 2 niveaus tussen :

1. Bij het gebruik van opeenvolgende dag contracten voor uitzendarbeid

Opeenvolgende dagcontracten voor uitzendarbeid bij eenzelfde gebruiker die een looptijd van 24 uur niet overschrijden kunnen gesloten worden voor zover de gebruiker de nood aan flexibiliteit voor het gebruik van dergelijke contracten kan bewijzen. 

De nood aan flexibiliteit moet aangetoond kunnen worden door de gebruiker :

  • het werkvolume bij de gebruiker hangt grotendeels af van externe factoren ;
  • het werkvolume schommelt sterk ;
  • het werkvolume hangt af van de aard van het uit te voeren werk.

Bij gebruik van opeenvolgende dagcontracten moet de ondernemingsraad (bij ontstentenis van een ondernemingsraad wordt een cascadeprocedure voorzien) elke zes maanden hierover geïnformeerd en geraadpleegd  worden.

Als de ondernemingsraad bezwaren uit tegen het gebruik van opeenvolgende dagcontracten, kan de meest gerede partij het dossier van de betrokken gebruiker aanhangig maken bij het paritair comité van de sector waartoe die gebruiker behoort. Ook wanneer geconstateerd wordt dat eventueel oneigenlijk gebruik wordt gemaakt van dergelijke dagcontracten kan de ondernemingsraad het geschil voorleggen aan het paritair comité. Tenslotte kan beroep ingesteld worden bij de arbeidsrechtbank indien de geschillen/bezwaren voorgelegd aan het paritair comité niet tot een compromis geleid hebben.    

2. Ter gelegenheid van de  algemene informatieverstrekking aan de ondernemingsraad door de gebruiker 

Om de zes maanden moet de gebruiker aan de ondernemingsraad (bij ontstentenis van een ondernemingsraad wordt een cascadesysteem voorzien)  een globale informatie bezorgen, uitgesplitst per motief, over het aantal uitzendkrachten en hun prestaties tijdens de periode van 1 januari tot 30 juni en de periode van 1 juli tot 31 december. Deze informatie betreft dus het aantal werknemers en de motieven en is dus niet-nominatief.

Deze informatieverstrekking waarin CAO nr. 108 voorziet, doet geen afbreuk aan de jaarlijkse informatie, die op hetzelfde moment als de economische en financiële informatie, aan de ondernemingsraad moet worden verstrekt, overeenkomstig CAO nr. 9.