Terbeschikkingstelling - Informatie

De "terbeschikkingstelling" of "detachering" van werknemers, waarbij een werkgever een werknemer uitleent aan een gebruiker, is enkel toegelaten onder de strikte voorwaarden opgenomen in de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers.

De wet van 24 juli 1987 legt een principieel verbod op op het ter beschikking stellen van werknemers: “Verboden is de activiteit die […]  door een natuurlijk persoon of een rechtspersoon wordt uitgeoefend om door hen in dienst genomen werknemers ter beschikking te stellen van derden die deze werknemers gebruiken en over hen enig gedeelte van het gezag uitoefenen dat normaal aan de werkgever toekomt.”   

Het verbod wordt dus grotendeels bepaald door het feit of er al dan niet een overdracht is van het werkgeversgezag. Het is daarom essentieel om te kunnen bepalen wat men verstaat onder een overdracht van werkgeversgezag en welke gevallen niet beschouwd worden als het uitoefenen van werkgeversgezag.  

Daarom bepaalt de wet onder welke omstandigheden en voorwaarden een onderscheid gemaakt kan worden tussen enerzijds instructies die een verboden terbeschikkingstelling uitmaken omdat er een overdracht is van werkgeversgezag en anderzijds instructies die niet onder het verbod vallen omdat ze gewoon een vorm van uitbesteding zijn of omdat het een dienstverlening betreft rechtstreeks aan de klant door het bedrijf.

Gelden niet als de uitoefening van werkgeversgezag volgens deze wet :

  • De gebruiker geeft instructies met het oog op het nakomen van zijn verplichtingen op het vlak van welzijn op het werk; 
  • De gebruiker geeft andere instructies aan de werknemers die hem ter beschikking zijn gesteld, voor zover daarbij de volgende voorwaarden cumulatief worden nageleefd :
    1. de instructies moeten voorzien worden in een geschreven overeenkomst tussen de gebruiker en de werkgever van de werknemers die worden ter beschikking gesteld; 
    2. deze geschreven overeenkomst moet een uitdrukkelijke en gedetailleerde omschrijving van deze instructies bevatten;
    3. het instructierecht van de gebruiker mag het werkgeversgezag van de werkgever op geen enkele wijze uithollen;
    4. de feitelijke uitvoering van de geschreven overeenkomst moet volledig overeenstemmen met de bepalingen van voormelde geschreven overeenkomst.      

Rol van de ondernemingsraad  

De wet voorziet in een procedure van informatieverstrekking aan de werknemersvertegenwoordiging wanneer een derde met een werkgever een overeenkomst aangaat waarin wordt bepaald welke instructies in uitvoering van de overeenkomst door de derde kunnen worden gegeven aan de werknemers van die werkgever. In dergelijk geval moet de derde onverwijld de secretaris van zijn ondernemingsraad op de hoogte brengen van het bestaan van deze overeenkomst. De secretaris brengt daarvan vervolgens de leden van de ondernemingsraad op de hoogte.  

Indien er geen ondernemingsraad bestaat in de onderneming van de derde, moet de derde de hierboven vermelde informatie onverwijld verstrekken aan de persoon die daartoe wordt aangeduid in het huishoudelijk reglement van het comité voor preventie en bescherming op het werk (CPBW), die vervolgens de leden van het CPBW daarvan op de hoogte brengt. Indien er ook geen CPBW bestaat, bezorgt de derde onverwijld de informatie rechtstreeks aan de leden van de vakbondsafvaardiging. Bestaat er ook geen vakbondsafvaardiging in de onderneming van de derde, dan moet de hierboven beschreven procedure van informatieverstrekking niet worden gevolgd.  

Indien, al naargelang het geval, de leden van de ondernemingsraad, het CPBW of de vakbondsafvaardiging daarom verzoeken, moet de derde aan die personen een afschrift bezorgen van het gedeelte van de voormelde overeenkomst waarin de instructies zijn bepaald die door de derde aan de werknemers van de werkgever kunnen worden gegeven. Dit moet gebeuren binnen een termijn van veertien kalenderdagen te rekenen vanaf de dag waarop de werkgever het verzoek ontvangt, of indien de overeenkomst van kortere duur is vóór het beëindigen van deze overeenkomst. Past de derde de hierboven beschreven informatieprocedure niet toe of weigert hij om binnen de gestelde termijn het bedoelde afschrift van de overeenkomst over te maken, dan wordt de geschreven overeenkomst geacht niet te bestaan, met als gevolg dat de terbeschikkingstelling dan als verboden zal worden beschouwd.