Gelijke behandeling mannen en vrouwen en Loonkloof – Informatie en raadpleging

Het koninklijk besluit van 14 juli 1987 beveelt de ondernemingsraad aan om de taak op zich te nemen om de gelijkekansenplannen op te stellen en te evalueren.  Deze plannen kunnen worden opgesteld binnen de bedrijfstak of binnen de onderneming, in overleg met de werknemersvertegenwoordigers. Bij ontstentenis van een ondernemingsraad worden deze bevoegdheden uitgeoefend door de vakbondsafvaardiging.

Het gelijkekansenplan bevat meer bepaald :

  • Een beschrijving van de te bereiken doelstellingen in functie van de vergelijking  van de positie mannen-vrouwen;
  • Een beschrijving van de positieve acties die in het vooruitzicht worden gesteld;
  • De datum van invoegetreding van het plan en de vastgestelde termijnen voor de realisatie van de tussenstappen die tot de doelstellingen leiden.

Naast het opstellen, is de ondernemingsraad ook verantwoordelijk om over te gaan tot een periodieke evaluatie van de resultaten dit gelijkekansenplan.

Bovendien moet het verslag over de gelijke kansen van mannen en vrouwen jaarlijks worden opgesteld in de ondernemingen. Dit verslag moet worden voorgelegd aan de ondernemingsraad tegelijk met de informatie die jaarlijks moeten worden verstrekt over de algemene vooruitzichten van de onderneming en de situatie van de tewerkstelling in de onderneming.

In het kader van de loonkloof, dient de ondernemingsraad van de werkgever om de twee jaar een analyseverslag over de bezoldigingsstructuur van de mannen en vrouwen in de onderneming te krijgen en geraadpleegd te worden over de mogelijkheid om een actieplan op te stellen.   

Op basis van het analyseverslag oordeelt de ondernemingsraad of het opportuun is om een actieplan op te stellen met het oog op de toepassing van een genderneutrale bezoldigingsstructuur binnen de onderneming.

Tenslotte kan op voorstel van de ondernemingsraad, of bij ontstentenis, van de vakbondsafvaardiging, de werkgever van elke onderneming die gewoonlijk gemiddeld ten minste 50 werknemers tewerkstelt, een personeelslid als bemiddelaar aanwijzen. Het betreft hier dus een mogelijkheid, geen verplichting.