Aanvullende pensioenen – Raadpleging en beslissing

Onder aanvullende pensioenen dient te worden verstaan, de rust- of overlevingspensioenen of de waarde in kapitaal die daarmee overeenstemt, die op basis van de stortingen van de werkgever en/of de stortingen van de loontrekkende worden toegekend aan de loontrekkenden van een onderneming of aan hun rechthebbenden in aanvulling op het vast pensioen krachtens een wettelijk stelsel van de sociale zekerheid.  

De beslissing om, op het niveau van de onderneming, een aanvullend pensioenstelsel in te voeren, te wijzingen of ervan af te wijken, hangt af van de exclusieve bevoegdheid van de werkgever.

Indien evenwel het aanvullend pensioenstelsel bij de invoering ervan of op een later ogenblik er echter in voorziet dat de werknemer persoonlijk bijdraagt tot de financiering van de pensioenverbintenis en dat deze verbintenis geldt voor alle werknemers van de onderneming, dan wordt de beslissing in dat geval genomen in overleg tussen de werkgever en de werknemersafgevaardigden in de ondernemingsraad (of, bij ontstentenis het comité voor preventie en bescherming op het werk, of de vakbondsafvaardiging). De beslissing om een aanvullend pensioenstelsel in te voeren (te wijzigen of er van af te wijken) wordt genomen bij collectieve arbeidsovereenkomst. Bij het ontbreken van een overlegstructuur in de onderneming, zal de beslissing worden ingeschreven in het arbeidsreglement van de onderneming.

De ondernemingsraad geeft voorafgaand advies over volgende zaken :

  • de keuze van een pensioeninstelling en de overdracht naar een andere pensioeninstelling ;
  • de financieringsmethode van de pensioenverbintenis en de structurele wijzigingen van deze financiering ;
  • de vaststelling van de reserves en het jaarlijks opmaken van de pensioenfiche met verworven rechten ;
  • de totale of gedeeltelijke overdracht van pensioenverplichtingen ;
  • de toepassing, de interpretatie en de wijziging van het pensioenreglement ;
  • de verklaring inzake de beleggingsbeginselen.

Als de pensioenverbintenis beperkt is tot een deel van de werknemers van de onderneming, wordt deze adviesbevoegdheid uitgeoefend door de leden van de raad of van het comité, die de werknemers vertegenwoordigen voor wie de pensioenverbintenis geldt, op voorwaarden dat minstens 10% van deze werknemers daarom verzoeken.

Tenslotte, wanneer de uitvoering van een pensioenstelsel wordt toevertrouwd aan een voorzorginstelling, is de ondernemingsraad bevoegd om de werknemersvertegenwoordigers aan te duiden die zullen zetelen in de raad van bestuur van die voorzorginstelling.