Beschermingsvergoeding

Bij onregelmatig ontslag is een beschermingsvergoeding verschuldigd. De componenten van deze vergoeding variëren afhankelijk van het feit of de werknemer zijn reïntegratie heeft gevraagd of niet.

Deze vergoeding bestaat uit een loon in de zin van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers. Voor het loon is van rechtswege rente verschuldigd met ingang van het tijdstip waarop het eisbaar wordt.

De werknemer heeft zijn reïntegratie gevraagd

De werkgever die de werknemer niet in de onderneming reïntegreert binnen 30 dagen na de dag van het reïntegratieverzoek, is naast het recht op een hogere vergoeding, verschuldigd op grond van de individuele of collectieve arbeidsovereenkomst of van de gebruiken en op elke andere schadevergoeding wegens materiële of morele schade, een vergoeding verschuldigd die uit een forfaitair en een variabel gedeelte bestaat:

  • het variabel gedeelte is gelijk aan het loon voor het resterende gedeelte van het mandaat;
  • het forfaitair gedeelte is gelijk aan het lopende loon dat overeenstemt met de duur van:
    • 2 jaar zo hij minder dan 10 dienstjaren in de onderneming telt;
    • 3 jaar zo hij 10 en minder dan 20 dienstjaren in de onderneming telt;
    • 4 jaar zo hij 20 of meer dienstjaren in de onderneming telt.

In volgende gevallen komt de integrale beschermingsvergoeding aan de werknemer toe zonder dat hij een reïntegratieverzoek moet formuleren:

  • wanneer de arbeidsovereenkomst door de werknemer zelf wordt beëindigd wegens een dringende reden ten laste van de werkgever;
  • wanneer de werkgever de beschikking niet naleeft van de voorzitter van de arbeidsrechtbank waarin tot de voorzetting van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst tijdens de procedure ter erkenning van de dringende reden werd beslist.

In beide gevallen wordt verondersteld dat de werkgever op ondubbelzinnige wijze blijk heeft gegeven dat hij de werknemer niet in dienst wenste te houden, zodat het zinloos is om een reïntegratieverzoek te formuleren.

De werknemer heeft zijn integratie niet gevraagd

De werknemer die onregelmatig werd ontslagen maar die zijn reïntegratie in de onderneming niet vraagt, heeft recht op een vergoeding die beperkt blijft tot het forfaitair gedeelte, namelijk het gedeelte dat verbonden is met de anciënniteit van de werknemer (2, 3 of 4 jaar). 

Zoals hierboven verduidelijkt, heeft een kandidaat-personeelsafgevaardigde die onregelmatig ontslagen wordt gedurende de occulte periode en die geen reïntegratieverzoek indient, geen recht op een beschermingsvergoeding.