De jaarrekeningen

De jaarrekeningen omvatten de balans, de resultatenrekening, de bijlage.

Het ondernemingshoofd zal de jaarrekeningen vergelijken met deze van de twee vorige boekjaren, er is dus een vergelijking van de jaarrekeningen die betrekking hebben op drie boekjaren.

Inzake de balans geeft het ondernemingshoofd uitleg naar aanleiding van de wijzigingen die zich hebben voorgedaan. Hiervoor becommentarieert hij voornamelijk de volgende punten:  

  • de wijzigingen die zich hebben voorgedaan op het vlak van het maatschappelijk vermogen; 
  • de wijziging en de bestemming van de reserves; 
  • de gedane afschrijvingen met vermelding van hun aard, hun belang en hun evolutie; 
  • de wijzigingen op het vlak van de schuldenlast, volgens de aard van de schuldeisers en de aflossingstermijn, evenals de invloed van deze wijzigingen op de activa; 
  • de wijzigingen van de vaste activa; 
  • de wijzigingen in het realiseerbare; 
  • de wijzigingen in het beschikbare; 
  • de solvabiliteit en de rentabiliteit van de onderneming aan de hand van de ratio’s met toelichting over de aangewende gegevens. 

Voor de resultatenrekening is de commentaar voornamelijk geconcentreerd op volgende punten :

  • de evolutie van de verschillende inkomsten en uitgaven; 
  • de winstverdeling; 
  • de manier waarop de onderneming haar eventueel verlies zal aanzuiveren; 
  • het bedrag van de vergoedingen toegekend aan de leden van de beheers-, bestuurs- en controleorganen; 
  • de evolutie van de rentabiliteit van de onderneming op basis van de ratio’s, met commentaar bij de gebruikte gegevens.   

Het verslag inzake de aanwending van aanmoedigingsmaatregelen wordt eveneens becommentarieerd. Bijzondere aandacht wordt geschonken aan de gevolgen op het ondernemingsbeleid alsook op de kosten, door zich op  het tewerkstellingsbeleid in het bijzonder te concentreren.

Het ondernemingshoofd verduidelijkt en becommentarieert bovendien de sociale balans.  

Opmerking 

De jaarrekeningen voor de handelsvennootschappen 

Binnen de zes maanden na het afsluiten van het boekjaar moeten de zaakvoerders of bestuurders van een vennootschap een jaarrekening ter goedkeuring aan de algemene vergadering voorleggen.

Binnen de dertig dagen na de goedkeuring en ten laatste zeven maanden na het afsluiten van het boekjaar, moet de jaarrekening neergelegd worden bij de Balanscentrale van de Nationale Bank van België.

De modellen (volledig en verkort) evenals de nuttige inlichtingen zijn eveneens beschikbaar op deze webstek.  

Volgens het wetboek van vennootschappen wordt een onderneming als groot beschouwd indien:  

  • haar jaarlijks gemiddeld personeelsbestand (in voltijds equivalenten) meer dan 100 bedraagt of, 
  • zij meer dan één van de volgende drempels overschrijdt:
    • jaargemiddelde van het personeelsbestand: 50 werknemers 
    • jaaromzet (exclusief BTW): 7.300.000 euro 
    • balanstotaal: 3.650.000 euro.     

De jaarrekeningen in VZW’s   

Ook de zeer grote VZW’s moeten een jaarrekening bij de Balanscentrale neerleggen volgens het volledig schema.

Een VZW of stichting wordt als zeer groot beschouwd indien:    

  • haar jaarlijks gemiddeld personeelsbestand (in voltijds equivalenten) op jaarbasis meer dan 100 bedraagt of, 
  • zij meer dan één van de volgende drempels overschrijdt:
    • jaargemiddelde van het personeelsbestand (in voltijds equivalenten): 50 werknemers 
    • jaarlijks totaal van ontvangsten, andere dan uitzonderlijke ontvangsten (exclusief BTW): 6.250.000 euro 
    • balanstotaal: 3.625.000 euro.       

Sommige VZW’s zijn door de bijzondere aard van hun activiteiten onderworpen aan een specifieke wetgeving en hebben een afwijkend schema voor hun jaarrekening. Op voorwaarde dat deze regels minstens gelijkwaardig zijn aan de bepalingen van de VZW-wetgeving, mag dit afwijkend schema neergelegd worden.