Comité voor preventie en bescherming op het werk

Home > Home > Comité voor preventie en bescherming op het werk

De inspraak van de werknemers over vraagstukken in verband met het welzijn van de werknemers wordt door de Wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk geregeld via het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk.

Bij afwezigheid van een Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk, welke ook de reden daarvoor is, worden de taken en bevoegdheden van dit overlegorgaan automatisch doorgeschoven naar de vakbondsafvaardiging. In dat geval genieten de leden van de vakbondsafvaardiging, onverminderd de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomsten die voor hen gelden, dezelfde bescherming als de personeelsafgevaardigden in de Comités. Deze bescherming vangt aan op de datum van het begin van hun opdracht en eindigt op de datum waarop de bij de volgende verkiezingen verkozen kandidaten worden aangesteld als lid van het Comité. Meer informatie in de rubriek Ontslagbescherming van de ondernemingsraden en CPBW’s.

In ondernemingen waar er noch een Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk, noch een vakbondsafvaardiging bestaat, moet een beroep worden gedaan op de werknemers zelf. Hoe deze deelname moet gebeuren, wordt bepaald in de wetgeving.

Dit deel van de website behandelt het koninkijk besluit van 3 mei 1999 en beschrijft systematisch de oprichting, de opdrachten, de werking en het huishoudelijk reglement van het Comité voor de preventie en bescherming op het werk. Het behandelt daarnaast ook het statuut van de werknemersafgevaardigden.

 

Regelgeving
  • de Wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uit- voering van hun werk;
  • het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk;
  • het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende de Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk;
  • het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende de Externe Diensten voor Preventie en Bescherming op het Werk;
  • het koninklijk besluit van 3 mei 1999 betreffende de opdrachten en de werking van de Comités voor Preventie en Bescherming op het Werk ;
  • Voor de sociale verkiezingen van het jaar 2016 zijn de bepalingen van de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen van toepassing (B.S. 7 december 2007).

Meer informatie is beschikbaar op de website van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg in de rubriek Sociaal overleg > Informatie en consultatie in de onderneming > Comités voor preventie en bescherming op het werk.

Voor de sociale verkiezingen van 2016 gelden de toepassingen van de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen (B.S. 7 december 2007). De regelgeving is beschikbaar in de rubriek Sociaal overleg > Sociale verkiezingen 2016 > Regelgeving.